PATS!

De stad Malinquenda straalde, de ziljoenen lichten van haar torens schitterden in deze heldere lentenacht. Ze spiegelden in de brede rivieren die haar omhelsden: de Grijze Rivier in het westen en de Uister in het oosten. Een eindeloze rij koplampen op de Ferrescaldesbrug, waar twee rijstroken in verband met werkzaamheden waren afgesloten. Als een lichtgevende spin in haar web, als een stralende ster met draden van zilver en goud verbonden met kleinere bakens die om haar heen cirkelden. Dichterbij was er het geluid van sirenes en druk verkeer. Helikopters vlogen tussen de torens. Eén van de helikopters was geel met een rood zesarmig kruis erop. Behendig vloog de piloot boven de torens van de metropool. Later daalde het toestel op een terrein buiten het ergste gewoel. Er stond een grote H op de grond met daarachter een gebouw met gedempt licht op de twaalf verdiepingen, het Trinitade Medisch Centrum.
     Een paar kilometer verderop, aan de rand van het centrum, in een appartementencomplex van vijftien verdiepingen zat Nicole van de Veer, jonge advocate in een boek te lezen, een roman van Chars Berens, een veelbelovend jonge schrijver. Haar blonde haar, zoals altijd thuis, losjes. Ze zat op haar bank in de gezellig ingerichte woning, Enessem, de dj-loze radiozender zachtjes op de achtergrond, gekleed in een onesy, glas rode wijn in haar linkerhand. Even afschakelen van een drukke dag op kantoor.
     Vanuit de keuken klonk gestommel. ‘Wil je je biefstuk medium of doorbakken’, vroeg haar vriend Edwin. ‘Medium, graag’, antwoordde ze. ‘Hoe was je dag?’ ‘Nou, druk, zoals altijd. En Michiel deed weer moeilijk, goh wat is dat toch een asshole! Zo veranderlijk als het weer.’ Zij bedoelde haar mentor Michiel van Leuven. Zij hoorde hem letterlijk zeggen: ’Alweer een nieuwe? Ben ik Chef Opleidingen of zo?’ Leuk om zo ergens te beginnen. Even later was het avondeten klaar. Niemand bakte zo lekker biefstuk als Edwin Seigers. Op zo’n moment was het leven ideaal. Nou ja bijna dan. ‘We moeten echt een keer naar de meubelboulevard gaan’, zei Nicole. ‘Die troep uit m’n studententijd ben ik kotsbeu’. ‘Wanneer wil je dan gaan’, vroeg Edwin. ‘Je hebt nooit tijd. Je zit altijd maar in die boeken te suffen. Niet alles draait om jou.’ Nicole reageerde geërgerd: ’Ik ben nu junior, maar dat wil ik niet voor eeuwig blijven.’ Daar gaan we weer, dacht Edwin. ‘Je leidt echt aan een Jeanne d’Arc complex’, zei hij. Op de vraag wie dat nu weer was antwoordde Edwin dat Nicole zich eens in andere werelden moest inlezen, de kosmos is groter dan Malinquenda. Toch duurde het gekibbel niet lang, Nicole was verliefd op haar keukenprins, op dat moment nog meer dan op haar carrière. De tv bleef uit, even later hadden de twee een stomende vrijpartij.

In Noiember, de negende maand van de Sentse kalender, wilde het nog wel eens vriezen. En de straten van Malinquenda fungeerden als uitstekende windtunnels, want de stad lag dan weliswaar aan vele baaien beschut van de IJzerzee, dat gold niet voor het weer. Klappertandend bestelde Nicole een doppio bij Barista-À-Gogo en haastte zich de Pijltoren in. De Pijltoren, één van de landmarks voor Malinquenda in het algemeen en de Twaalfavenue, het zakencentrum, in het bijzonder. Nicole droeg een blauw mantelpakje van Chivres, hoge pumps en net te dunne panty’s voor deze koude ochtend.
Daar op de 42e verdieping bevonden zich de burelen van Advocatenpraktijk Willemsdijk-Van Hooghe. Midden in het kantoor een grote vergaderzaal, die de ‘Steam Room’ werd genoemd, daarnaast enkele kleine kantoortjes en héél veel glas. De junioren zaten met z’n tweeën op een kamer, het middenkader en de vennoten hadden uiteraard een grotere kamer met fauteuils en andere designmeubelen. Het woord ‘präöske’ schoot daar Nicole’s brein, haar oma noemde dat soort stoelen zo. In de grote kantoortuin zaten de ‘indirecte’-afdelingen die Michiel van Leuven altijd de ‘K’s’, noemde, de kostenposten, zoals de financiële administratie, human resources, de receptioniste. De steunpilaren van de advocatuur, aangevoerd door officemanager Bernadette van Hoven. Zou het voor de verandering eens een rustige dag op de zaak worden? Dat oude stukken konden worden afgewerkt en opgeborgen?

‘Om tien uur weekvergadering’, riep Jasmijn Willemsdijk, één van de twee vennoten door de ruimte heen terwijl ze gehaast uit Snellift vier kwam gebeend, receptioniste Gia Maat geen blik waardig gunnend. ‘We hebben een dringende zaak!’ Een zucht ging door de gelederen van het aanwezige personeelsbestand. Daar heb je haar weer. Jasmijn Willemsdijk zag er altijd onberispelijk uit, driedelig krijtstreep mantelpakje, fors postuur, een matrone.
Niet veel later arriveerde de andere partner, Pieter-Willem van Hooghe. Deze zei wel goedemorgen tegen Gia Maat. Bernadette van Hoven had voor het ontbijt gezorgd, want dat was de gewoonte bij Willemsdijk-Van Hooghe. Eén keer per week een uitgebreid ontbijtbuffet, als bodem voor de werkdag, die in veel gevallen eerder elf dan acht uur duurde. Dit was een kantoor dat in de voorste gelederen wilde staan. Nicole dacht terug aan haar sollicitatiegesprek. ‘Heb je veel hobby’s’, vroeg Jasmijn Willemsdijk. ‘Lezen en muziek’, antwoordde ze. ‘Gelukkig geen paardrijden’, zei Jasmijn tegen Pieter-Willem van Hooghe. ‘Jouw voorgangster had een ongeluk, een schedelbasisfractuur, was het niet?’ Pieter-Willem knikte. ‘Wil je hier slagen, dan komt de zaak altijd op het eerste plan. Altijd.’ Later zei Nicole dat tegen haar moeder. ‘Als je maar niet ongelukkig wordt, kind’, zei deze bezorgd. Maar gebrek aan ambities, dat kon je Nicole van de Veer niet verwijten.

Tien uur Steam Room! Naast beide vennoten waren ook Michiel van Leuven, Michelle Markens (ook een junior met al wat meer vlieguren op de teller) en Paul Versaeck aanwezig. Jasmijn deelde de papieren uit. Net een proefwerk. Op de foto een mugshot van een man van begin twintig, slecht geschoren, hoge jukbeenderen, een norse trek rond de mond en slordig zwart haar. ‘Giup Delwes’, zei Jasmijn. ‘Draaideurcrimineel. Inbreker, winkeldiefstal, zakkenroller in deeltijd’. Licht geroezemoes in de zaal. Gaan wij nu ook kleine vissen begeleiden, what the fuck… ‘De foto van gisteravond. Daarop weer Delwes, maar nu met z’n hoofd in het verband en pleister boven z’n rechteroog. ‘Hij werd betrapt bij een inbraak in Golden’s, (het chicste warenhuis van de stad) en .. afgeranseld door de beveiliger. ‘Hij wilt Golden’s aanklagen. Hij wist via-via van ons kantoor en ik vind dat we hem moeten helpen. Dit slaat nergens op! Nicole, jij pakt dit samen met Paul op en communiceren dat rechtstreeks met Michiel. Als het nodig is kun je ook Nusrin inschakelen. Zijn er nog vragen? Niemand? Dan aan het werk! En veel succes. Maak ons kantoor trots!’ Men kon veel over Jasmijn Willemsdijk zeggen, maar niet dat het geen stevige tante was, die precies wist wat ze wilde, de vleesgeworden Kordaatheid.

Nicole rook haar kans, dit zag er veelbelovend uit. Zij had een korte bespreking met Paul over de aanpak. ‘Ik ga naar het Trinitade met Delwes praten’, zei ze. Paul ging akkoord, hij voelde zich ongemakkelijk. ‘Dan moet ik zeker met de beveiliger gaan praten.’ ‘Hoor en wederhoor’, dreunde Nicole ongeïnspireerd op. ‘Of Nusrin inschakelen.’
     Nusrin Quebachi was het zwarte schaap van de firma. Hield zich het liefst op de achtergrond, maar zag alles wat op kantoor gebeurde, de manoeuvres en de loopgraven. Háár achtergrond, een groot mysterie. Heeft ze een vriend? Woont ze alleen? Niemand die het wist. Ze was bij de zaak gekomen, omdat haar vorige baas, een detectivebureau, failliet ging. ‘Je wilt niet weten hoeveel onbetrouwbare kerels ik heb gevolgd, als die hun fluit gingen uitlaten’, zei ze eens. Ze ging haar eigen weg. Even later stond Paul bedremmeld in Nusrin’s kantoortje, niet meer dan een vrij fors uitgevallen ladenkast. Ze zat over documenten gebogen. ‘Wat kan ik voor je doen’, vroeg ze vrij ijzig. ‘Eum, eh.. Giup Dewes’, stamelde Paul. ‘Ja erg hè’, zei Nusrin cynisch. ‘Ben je met je vak als inbreker bezig, word je zó behandeld.’ Nusrin vond Paul Versaeck een stumper met een deftige achternaam. De Versaecks hoorden tot het Oud Geld, voorouders zouden Malinquenda hebben gesticht. Maar dat zeiden er wel meer. De Van Hooghe’s bijvoorbeeld, ook zij claimden het Founding Father’s -schap. Vorig jaar had Nusrin geregeld met Ronald van Hooghe te maken, een haantje eerste klas. Ze wist niet wat irritanter was, die opgezwollen eikel van een Van Hooghe junior of deze stoethaspel. Maar Ronald van Hooghe had ‘tabee’ tegen het leven op de Twaalfavenue gezegd. Ze keek van haar stukken op en zag de hushpuppy-ogen van Paul. Ze besloot hem te helpen. ‘Ik ga wel met de beveiligers praten’, zei ze. Paul was blij dat hij niet mee hoefde.

Falqon Surveillances was gevestigd in een onooglijk gebouw aan een zijstraat van de 83-Straat in een gebouw met peperkoekenkleurige stenen, drie verdiepingen hoog. De straat was rommelig, hier kwamen geen toeristen, een achterbuurt. Ze belde aan. Op de intercom klonk een heldere stem. ‘Ik had graag wat informatie over een.. alarm voor thuis’, zei ze bliksemsnel, want dat hoorde ook tot Falqon’s gamma. 24-uurs zekerheid en voor al uw inbraakalarmen, adverteerde het reclamebord boven de ingang in enigszins verlopen letters. De ijzeren deur zoemde open en Nusrin stond in een prettig lichte hal, een modern kantoor, dat volkomen in tegenspraak was met het shabby uiterlijk van het gebouw. De receptioniste wees haar een klein spreekkamertje aan. Op de automatische piloot scande Nusrin de ruimte en observeerde door de raam het voorbijlopend personeel van Falqon. Het ziet er toch professioneel uit, dacht ze. Ze kon zich niet voorstellen dat hier iemand een ander het ziekenhuis insloeg, ook al was het een inbreker of winkeldief.
     Daar verscheen een stevige man die zich als Ed Zonders voorstelde. Onder z’n arm brochures. Wat hij kon doen. ‘Ik voel mij steeds minder veilig in ons appartementencomplex’, loog Nusrin. ‘Ik zou het best fijn vinden als er een portier kwam, of een beveiliger.’ Zonders gaf aan dat Falqon alleen zakelijke klanten had, geen particulieren. Het was een prettig gesprek. Tussendoor stelde Nusrin bijna ongemerkt stiekeme vragen over de kunde van het beveiligingspersoneel. ‘Wij houden bij iedere sollicitant een antecedentenonderzoek’, zei Zonders, die misschien toch nattigheid voelde. Toen koos Nusrin voor de aanval. ‘Goh, dat verhaal vanmorgen in de krant..over die mishandelde inbreker.’ ‘Tja, uiterst treurig geval. Wij screenen onze mensen, maar dit hebben we echt niet zien aankomen. Onze collega is voorlopig geschorst. Wilt u nog meer informatie over de PB-1000, onze laatste aanwinst van electronisch cameratoezicht met bewegingssensor..?’ ‘Nee dank u’, zei Nusrin. ‘Dat moet ik eerst met de bewonerscommissie bespreken’.

Een dik uur later, het was al bijna lunchtijd, was Nusrin terug op kantoor en bracht Michiel van Leuven op de hoogte. Die had inmiddels gehoord dat de beveiliger door de politie was aangehouden. ‘Falqon lijkt mij OK’, zei Nusrin. ‘Maar waarom kookte deze vent dan over’, vroeg Michiel. ‘Omdat we mensen zijn’, zei Nusrin. ‘Als ik die waus was tegengekomen.. ik had hem met een honkbalknuppel bewerkt. ‘Dat is fout en sportistisch bovendien’, zei Michiel van Leuven enigszins ongeïnspireerd. Hij kreeg zin in de lunch,  al was het dan een flets broodje kaas.

‘Niet langer dan vijf minuten’, zei de verpleegster tegen Nicole, die de onfortuinlijke Giup Dewes in het ziekenhuis opzocht. Deze ging met moeite rechtop in het bed zitten. Nicole pakte haar aantekenboekje erbij en begon haar onderzoek. ‘Ik had eerder die dag een leuke auto gezien voor de jongste, Jordy, en een gameboy. Ik had geen geld en hij is overmorgen jarig, weet je. Hij wordt negen. Dus ik ging ’s avonds terug. Bij Golden’s hebben ze een alarmsysteem uit het jaar nul, weet je. Ik had in no-time de spullen en toen stond daar ineens die kerel. Het volgende moment ging het licht uit.. en lag ik hier.’

Twee weken later

Rommeliger dan een rechtszitting van eerste aanleg kon het niet zijn in juridisch Sentaurië.
Michiel van Leuven en diens junior Nicole van de Veer staan in Zaal nr. 4 van het Paleis van Justitie in hartje Malinquenda. ‘Oh nee, Sijpens is de rechter’. Dat stond op het naamblokje op de bank. ‘Is dat een probleem’, vroeg Nicole. ‘Het is een ongericht projectiel’, zuchtte Van Leuven. Bij de binnenkomst van de magistraat riep een parketwachter iedereen op om op te staan. ‘Gaat u toch zitten’, zei Sijpens bijna onverstaanbaar. Dan duidelijker tegen Van Leuven: ’Weet u zeker dat u goed zit, strafzaken worden hiernaast behandeld!’ ‘Ja’, zei hij. ‘Eens kijken, waar heb ik het staan’, smiespelde rechter Sijpens ‘Dewes tegen Golden’s. Wat pleit u?’ ‘Volledige schadevergoeding aan mijn cliënt’, zei Van Leuven. ‘En wat is volledig volgens u’, wilde de rechter weten. ‘Twintigduizend aureï, conform de eis’, zei Van Leuven. De tegenpartij, warenhuis Golden’s was stil, maar dat veranderde ogenblikkelijk. ‘Volkomen uit de lucht gegrepen’, brieste Golden’s advocaat. Die waren met z’n drieën ter zitting verschenen, één meer dan Willemsdijk-Van Hooghe’s afvaardiging. ‘Uit welke hoge hoed tovert u die twintigduizend duiten’, vroeg rechter Sijpens. ‘Nou mijn cliënt heeft een zware verwonding opgelopen, hij moet aan z’n oogkas worden geopereerd en daarnaast is er de immateriële..’. ‘Ik weet genoeg’, zei Sijpens. ‘Zitting over twee weken! Zijn er nog vragen? Iedereen tevreden? PATS, klonk het door Zaal nr. 4; zitting gesloten.

Nicole van de Veer gruwde. Functioneringsgesprek. Ze had zich goed voorbereid, maar toch, je weet maar nooit. Wat vond de ‘Chef Opleidingen’ van haar? Ze zat vast in de Zaak Delwes.
Daar kwam hij binnen, de lange man waarvan het leek alsof hij zich nooit fatsoenlijk scheerde, Michiel van Leuven. ‘Je doet het prima’, zei hij. Samen liepen ze door het wiskundig ingewikkelde beoordelingsformulier. Op het einde een curve met een dalende lijn, Nicole schrok hevig. ‘De zaak waaraan je nu werkt, ik kan er niet tevreden over zijn, helaas.. Je hebt het ‘in’ je, maar het moet er nog ‘uit’ komen.’ Lekker dan, dacht Nicole. ‘Wat raad je me aan?’ ‘Bij dit soort mollenzaken moet je gebruik maken van Nusrin. Zij komt op plaatsen waar advocaten niets te zoeken hebben. Maak gebruik van haar expertise..en los die verdomde zaak met die halfblinde rotzak op. We hebben daaraan al veel te veel geld verspild.’

In menig kantoor is de koffieautomaat (hier caférette genoemd) en/of de waterkoeler het centrale punt, de naaf van het kantoorleven. Nicole moest na het matige functioneringsgesprek op adem komen. Daar stond Nusrin, de raadselachtige Saimiaanse. ‘Gaat het’, vroeg ze. ‘Het gaat’, zei Nicole. Ze gingen naar de tweepersoonskamer, maar Paul, Nicole’s directe collega, was er niet. ‘Ik zit muurvast met die Delwes-zaak. Waarom heeft die bewaker z’n geduld verloren?’ ‘Weet je wat het is meid’, zei Nusrin nu ineens quasi-vrolijk, ‘Je moet er eens uit. Zullen we gaan shoppen?’ Nicole keek in een mengeling van verbazing en verstoordheid. ‘Midden op de dag?’ Winkelen op een normale werkdag was tot nu toe een absolute no-go in Nicole’s beleving. Niet veel later liepen de beide vrouwen in de lentezon, het deed Nicole goed, die warmte.
     Bij Golden’s Warenhuis aangekomen, op de prestigieuze Zesavenue, splitsten zich hun wegen. Nicole zocht een beeldig voorjaarsjurkje en Nusrin deed net of ze de weg kwijt was en sprak iemand van de beveiliging aan, maar zij was nooit onvoorbereid op dit soort conversaties. Ze knoopte haar bloesje een beetje open en deed nog wat deo op. ‘Hai, kunt u mij helpen? Ik zoek de elektronica-afdeling. Ik zoek voor ehm.. de zoon van een goede collega een gameboy.’ De bewaker had niet in de gaten dat hij werd gefileerd. ‘Wordt er veel gestolen op zo’n dag? Hebben de dieven een bepaalde voorkeur? Komt er vaak geweld voor?’ ‘Soms wel’, zei de bewaker vriendelijk. Intussen waren ze bij de juiste afdeling terechtgekomen. Op schermen waren films te zien van de laatst verschenen games, het was een kakofonisch geheel van bliepgeluiden en explosies. ‘Ah, een shooter’, zei Nusrin verlekkerd. ‘Is wat voor mij.’ De bewaker keek met een groeiende begeerte naar de knappe Saimiaanse medewerkster van WvH. In al z’n enthousiasme liep hij bijna een grote pop van He-Man omver. Ze kon hem net opvangen. Ze had bijna beet. ‘Dat gebeuren van vorige maand, hè.’ ‘Ja, spijtig voorval’, zei de bewaker, die zich Josh noemde. ‘Het was de bekende druppel, Silvain had thuis problemen en er was al de derde keer op één nacht alarm. Negen van de tien keer is het loos alarm, maar nu… Ik geloof niet dat de arme drommel tijd heeft gehad..’ ‘Welke arme drommel’, drong Nusrin aan. ‘Nou, die dief natuurlijk. Sylvain bezocht twee keer per week de sportschool..Oeps!’ Josh had zich versproken. Z’n collega verraden, gebeurde wel vaker. Maar het woord ‘sportschool’ hardop uitspreken in Sentaurië, niet het beste idee van de dag. ‘Ik zwijg als het graf’, zei Nusrin. Ik heb een shooter verdiend, zei ze tot zichzelf, en ze kocht zonder blikken of blozen het schietspel Assault 55 voor op de pc en smartphone.

Diezelfde week, op Zesdedag diende het civiele proces Dewes vs. Golden’s weer in Zaal 4 van het Paleis van Justitie. Beide partijen kregen volop tijd om te kibbelen en hun pleidooien te houden. Het enige bewijs was het ooglapje van Dewes. Er waren nu drie rechters aanwezig, gelukkig was Sijpens er niet.

Daar was de uitspraak: Golden’s kon niet aansprakelijk worden gesteld voor het handelen van het beveiligingsbedrijf, maar in dit geval gold de wet Eijsendronck: de opdrachtgever was verantwoordelijk voor geweldsdelicten die door onderaannemers (of hun medewerkers) werden begaan. Er werd een bedrag van slechts vijfduizend aureï aan Dewes toegekend, want ‘U hebt per slot van rekening ingebroken en dus huisvredebreuk gepleegd. En het was niet de eerste keer’, aldus de voorzitter van het driemanschap.

Delwes was zichtbaar teleurgesteld, maar werd door Pieter-Willem van Hooghe met beide benen op de grond gezet. ‘U mag blij zijn dat u er zo genadig van afkomt’, zei hij. ‘En dat het Delatorium (het openbaar ministerie) geen vervolging inzet’.

Pieter-Willem en Jasmijn Willemsdijk zaten een uur later bij Pieter-Willem op kantoor, beide in hun präöske. ‘Het was geen superzaak, maar we hebben hem toch gewonnen, dankzij de talenten op ons kantoor.’

Deels was Jasmijn het er wel mee eens, maar ze hoopte toch op toekomstige zaken met meer kaliber.

Deel deze pagina